Nederlands
LES COMPAGNONS
DE SAINT-HUBERT asbl
Confrérie Internationale
De geschiedenis van Sint Hubertus
Vign_sthubert

In het jaar 683 was Hubert, zoon van Bertrand hertog van Aquitanië en achterkleinzoon van Clovis, een door zijn intelligentie, rijkdom en vriendelijkheid, in heel Gallië beroemde edelman.

Hij bracht veel van zijn tijd door in de Ardennen, bij zijn oom Pepijn van Herstal, een machtig edelman en oppermeester van het paleis van de koning van Austrasië. Hij ging elke dag op jacht, trok door  wouden en ondoordringbare struikgewassen waar  wilde zwijnen, herten, beren en wolven thuis waren, en keerde pas laat in de nacht terug naar zijn kasteel. Hij hield zich bezig met het africhten van zijn snelle Windhonden, zijn enorme Mastifs, zijn behaarde Korthalsen en zijn giervalken. Hij hanteerde  bijl, speer, jachtmes en zwaard met gelijke behendigheid. Hij diende het wild met vaste hand.

Eens op een winterse dag, ging Hubert bij dageraad, te paard op jacht. Het was de dag van het feest van de Geboorte van Onze Heer. De bomen waren met ijzel bedekt, er vielen ook een paar sneeuwvlokken. Juist toen  hij begon te jagen, sprong er een uitzonderlijk grote witte tienender uit de struiken. Het hert rende voor hem uit en voerde hem mee  in de diepten van het woud. Plotseling stond het hert still en draaide zich om. In een visioen, zag Hubert tussen de hoorns, een lichtend kruis en hij hoorde een stem "Hubert! Hubert! Hoe lang zal jij nog de dieren in de bossen vervolgen? Hoe lang nog zal die passie u de redding van uw ziel doen vergeten? "  Hubert, met angst vervuld, wierp zich ter aarde, en zoals Sint Paulus, vroeg hij : "Heer! Wat moet ik doen? "
"Ga naar Lambertus, bisschop in Maastricht, en bekeer je." zei de stem.  Hubert antwoordde met kracht en enthousiasme, "Dank u, o Heer. Je hebt mijn belofte. Ik zal mij tonen u waardig te zijn! "

Hubert hield zijn woord. Hij ging naar de bisschop Lambertus, smeekte zijn bescherming en verzekerde hem dat hij de rest van zijn leven aan God wilde besteden. De bisschop gaf hem zijn zegen en zette hem zo op de weg van het Heil.

Hubert trok zich dan terug in Andage of  Andain (ook Andagine of Andaïna) in de bossen van Champlon, waar de Heer zich aan hem had getoond, in de vorm van een lichtgevend kruis tussen de horens van het witte hert. Het gerucht van zijn bekering verspreide zich snel door de Ardennen. Bij het vernemen hiervan bekeerden vele heidenen zich massaal.

Nadat Lambertus, bisschop van Maastricht, door heidenen vermoord was, riep paus Sergius, Hubert tot zijn opvolger uit. In 708 vestigde Hubert in Luik zijn bisschopszetel, nadat hij er de overblijfselen van Sint Lambertus had laten vervoeren. Vanaf dan verrichtte Hubert voortdurend vrome werken, bekeerde veel ongelovigen en moedigde liefdadig aan.

Hij leefde het eind van zijn leven ziek, lijdend aan een verschrikkelijke en slepende ziekte. Toen hij zich snel voelde wegkwijnen, bepaalde hij de keuze van de plaats van zijn graf ..... in de kerk die hij in Luik had laten bouwen.  "Hier graaft gij mijn graf en plaatst er mijn overblijfselen.” Hij stierf op 30 Mei van het jaar 727, op de leeftijd van 71 jaar.

Achtentachtig jaar na de dood van Sint Hubertus, vorderden de monniken van Andage de overblijfselen. Toen de paus daarvoor toestemming  had gegeven, beval de bisschop van Luik, Valcand , om de prachtige reliekschrijn, welke Carloman had laten snijden, naar Andage te vervoeren om er de relieken van de heilige in bij te zetten. Dit vond plaats met zeer grote praal en werd bijgewoond door de zeer gelovige Lodewijk de Vrome. Maar, zo gauw de reliekschrijn in hun bezit was, konden de benedictijnen van Andage de verleiding niet weerstaan deze te openen. Ze vonden er het perfect bewaard gebleven lichaam van de heilige. De monniken namen dan het uitstekende besluit om de stola van zijde en goudborduur  eruit te halen. Deze wonderbaarlijke stola is alles wat er nu nog van Sint Hubertus overblijft en houdt sindsdien eenieder in verrukking.

Tijdens de Franse Revolution zijn de schrijn en de overblijfselen van de heilige verdwenen. Men neemt aan dat de monniken ze hebben willen redden door ze naar een geheime gehouden plaats over te brengen.
Een kleine vlam van hoop laaide op, toen in 2009-2010 de stad Saint-Hubert de vernieuwingswerken van de Place Abbatiale begon, waar men in de ondergrond zeer oude fundaties vondt. Maar het was tevergeefs, men vond geen spoor van de schrijn, noch van de relieken. De hoop om nog ze terug te vinden blijft dus altijd doorleven.

Eens op een derde dag van november, lang na de dood van Sint Hubertus, gingen twee edellieden op jacht in de Ardense bossen in de omgeving van Andage. Tot hun grote teleurstelling vonden zij geen enkel spoor van wild. Toen herinnerden zij zich plotseling dat zij zich op plaats van het favoriete rjachtgronden van Sint-Hubertus bevonden. Ze deden toen de belofte, het eerste wild dat ze zouden doden, aan de Heilige te offreren. Op slag sprongen hun honden op, achter een enorm everzwijn aan. De jagers en honden vervolgden het tot aan de muren van het klooster van St. Hubert. Hier stopte het everzwijn en keerde zich om, alsof hij zich vrijwillig aan de jagers aanbood. Na een dergelijke buit gejaagd te hebben, was iedereen in grote blijdschap. Maar, de beloften die zij gemaakt hadden vergetend, gaven de edellieden opdracht het everzwijn weg te voeren. Deze, alsof hij verontwaardigd was dat zijn vroom lot vergeten was, stond op, sprong tussen honden door en verdween uit de ogen van de met angst en wroeging vervulde jagers.

Sinds dien is 3 November, dag van zijn heiligverklaring, als feestdag van Sint Hubertus verklaard. Op die dag, nemen de jagers deel aan de grote jachtpartijen, georganiseerd ter ere van de Heilige.  De Ardense dorpen ontwakend bij het geblaas van jachthoorns. Het eerst gestrekte wild wordt aan de Heilige geoffreerd, in aandenken van zijn grote liefde voor de jacht.

Vign_statue_saint_hubert_dans_basilique

Het beeld van Sint Hubertus in de Basiliek

Saint-Hubert in beeld
Vign_VILLE_DE_SAINT_HUBERT_Copie_Copie
TOERISME
SAINT-HUBERT
- - - LA SAINT HUBERT - - -
Vign_DSC0090

Ô Saint Hubert, patron des grandes chasses,
Toi qu'exaltait la fanfare au galop,
En poursuivant le gibier à la trace
Tu le forçais sous l'élan des chevaux.

Nous les derniers descendants de ta race,
Arrache-nous aux plaisirs avilis.
Remplis nos cœurs de jeunesse et d'audace
Dans la forêt fais-nous chasseurs hardis.
- - -
Sauve d'abord du bocage à l'Ardenne
Notre forêt si chère aux vieux Gaulois
Pour qu'à ses chants notre jeunesse apprenne
Les fiers secrets gardés par les grands bois.

Fais nos yeux prompts et fais nos lèvres claires
Pour bien lancer quand viendra le danger
Le cri de chasse ou le dur cri de guerre
sus à la bête et courrons la traquer.
- - -
Tu vis un jour au fond de hallier sombre
Où tes limiers se pressaient aux abois
La Croix du Christ que le grand cerf dans l'ombre
Couronnait par l'auréole des bois

Mystique appel qui conquis ta grande âme
Tu dis aux coures un méprisant adieu
Montre à nos yeux cette divine flamme
Et conduis-nous camper sur les hauts lieux.
- - -
Quand le Seigneur la chasse terminée
Appellera notre nom à son tour
Épargne-nous les tristes mélopées
Tu sonneras pour nous le point du jour.

Au grand galop pour célébrer ta gloire
Nous bondirons en poussant l'hallali
Et nous ferons au fracas des fanfares
En ton honneur trembler le paradis.

la_saint_hubert_1
Een website maken met WebSelf
Confrérie Int. Les Compagnons de Saint-Hubert©2011